IBN gaat samenwerking aan voor doorstroom van VSO naar Beschut werken

30 november 2018

Als je op 16 jarige leeftijd het VSO onderwijs met een diploma verlaat, wat is dan je volgende stap? Verder leren is niet iedereen gegeven. En zelfstandig werk vinden en houden is best moeilijk als je niet weet hoe je dit moet aanpakken. Zeker als je een begripvolle werkgever zoekt. Iemand die geduld heeft, je helpt om prioriteiten te stellen en aan wie je hulp durft te vragen. Niet alleen in de inwerkperiode, maar ook in de maanden erna. Werken in het kader van Beschut Werken is op papier dan passend, maar in de praktijk is de stap nog te groot.

Deze kwetsbare jongeren hebben een zetje in de rug nodig om goed te landen op de arbeidsmarkt. Daarom hebben vijf partijen de handen ineen geslagen: de gemeente Oss, het UWV, UniK, IBN en Hub Noord-Brabant. Zij gaan zich sterk maken voor het creëren van nieuwe kansen voor deze VSO leerlingen.

Voorziening Beschut werken
Sinds de invoering van de Participatiewet kunnen gemeenten een voorziening Beschut Werken inzetten voor mensen die vanuit het onderwijs niet in een reguliere baan kunnen werken en zijn aangewezen op een beschutte werkomgeving. Van de werkgever wordt begeleiding verwacht die men doorgaans niet van een gewone werkgever kan verlangen. In de praktijk blijkt de overgang van een VSO-school naar Beschut Werken vaak lastig te realiseren. De convenant partners gaan vanaf 26 november een doorlopende route voor VSO-leerlingen richting Beschut Werken realiseren.

Maatwerk programma
In een driejarig aanbod gaan leerlingen met een uitstroombestemming  Beschut Werken kennis maken met IBN. Daar doen zij praktijkervaring op en krijgen zij een maatwerk stageprogramma aangeboden, waarbij specifieke werkbegeleiding aanwezig is. Alle partijen gaan intensief samenwerken en eigen instrumenten inzetten. Zo krijgen de leerling en begeleiders inzicht in type en mate van begeleiding die nodig is om de leerling op een beschutte werkplek te kunnen plaatsen en te behouden. De leerlingen van Hub Noord-Brabant, waarvan verwacht wordt dat zij bij schoolverlaten arbeidsvermogen hebben (in combinatie met intensieve begeleiding naar loonvormende arbeid) komen in aanmerking voor het pilot-programma.