IBN Gemeenten

Voor volwaardigheid in de sociale werkvoorziening

Bron: Brabants Dagblad , 11 juni 2011

Het zijn roerige tijden voor iedereen die betrokken is bij de zogenoemde onderkant van de arbeidsmarkt. De cao-onderhandelingen voor de sociale werkvoorziening zijn vastgelopen en het bestuursakkoord en de plannen voor de Wet werken naar vermogen houden de gemoederen flink bezig.

De wens om te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt wordt in Nederland breed onderschreven. Ook IBN, met 3.800 medewerkers een van de grootste werkgevers in het noordoosten van Noord-Brabant en uitvoerder van onder meer de Wsw, is hiervan voorstander. Er staan teveel mensen aan de kant, terwijl de arbeidsmarkt vergrijst. Er is een lappendeken van regelingen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, die teveel vangnet zijn en te weinig springplank naar betaald werk. De betaalbaarheid van de voorzieningen komt in het gedrang en de overheid moet bezuinigen. Daarnaast groeit het besef en de noodzaak dat iedereen die kan wer ken ook moet werken, dat werk boven inkomen gaat en dat je iets moet doen voor het krijgen van een uitkering of ondersteuning. Daarom komt het kabinet met de Wet werken naar vermogen. Deze wetgeving is één van de grote decentralisaties die het Rijk wil realiseren.

Met name rond deze decentralisatie is enorme ophef ontstaan: gemeenten zijn tegen, politieke partijen, bonden, gehandicaptenorganisaties en sw-organisaties stellen dat het leidt tot afbraak van de Wsw en tot werken onder het minimumloon. De transitie van de oude Wsw naar de nieuwe Wet werken naar vermogen kost bovendien enorm veel geld, beduidend meer dan de toegezegde 400 miljoen euro. Kortom: er is grote sociale onrust ontstaan. IBN deelt de zorg over de uitwerking van de nieuwe wet omdat de budgetten erg fors omlaag gaan en de kosten van de uitvoering van de wet bij gemeenten terecht komen.

Grote gevolgen

De ene regeling zal er zeker komen, daarover zijn vele betrokkenen het wel eens. In de uitwerking van de decentralisatie komt er echter erg veel af op de gemeenten: ze worden integraal verantwoordelijk voor iedereen die aangewezen is op gesubsidieerde arbeid en moeten dit dragen met een sterk gekrompen budget. De exploitatie van de huidige sw-infrastructuur slokt het grootste deel van dit budget op waarbij ook de kosten  van de cao Wsw voor de gemeenten zijn. Er blijft daardoor nog slechts een relatief beperkt budget over voor de overigen die aangewezen zijn op een vorm van ondersteund werken. De gemeenten moeten een actief beleid gaan voeren, waarbij bovenlokale samenwerking op meerdere fronten noodzakelijk is: bijvoorbeeld bij loonwaardebepaling en werkgeversbenadering.

Hoewel er op onderdelen nog forse onduidelijkheid is over de uitwerking en de financiering van de regeling is voor ons als uitvoeringsorganisatie wel helder wat de gevolgen zijn als wij ons beleid niet aanpassen. Ondanks dat we als IBN jaren op rij positieve maatschappelijke rendementen boeken (3,8 miljoen euro in 2010), blijkt uit een eerste doorrekening al dat we bij ongewijzigd beleid afstevenen op een tekort van bijna 9 miljoen euro in 2015.

IBN heeft geruime tijd geleden reeds gekozen voor een bedrijfsfilosofie waarin volwaardigheid cruciaal is. Een begrip dat nog sterker benadrukt wordt in de toekomst. We gaan voor volwaardigheid van werk (IBN verricht marktconforme kwalitatieve dienstverlening waarmee we concurreren met het regionale bedrijfsleven), volwaardigheid van medewerkers (het gaat niet om zielige mensen met beperkingen maar om gemotiveerde mensen met mogelijkheden) en volwaardigheid van loon. Dit laatste is bij de wetswijzigingen overigens een keerpunt: waar onze medewerkers tot heden voor hun werk functieloon ontvangen wordt iemand straks (voor maximaal 9 jaar) onder het wettelijk minimumloon betaald, met eventueel een aanvullende uitkering vanuit de gemeente. Verbeterde inzetbaarheid van de medewerker leidt dan weliswaar tot meer loon maar vaak ook tot minder uitkering dus per saldo tot hetzelfde eindbedrag op iemands bankrekening. Bovendien telt voor het recht op uitkering de gezinstoets. Waar gemotiveerde medewerkers de sleutel tot succes van de IBN-organisatie zijn gebleken, komt deze situatie de motivatie en prestatiedrang bepaald niet ten goede. Ook volwaardigheid van medewerkers en werk kunnen hier onder gaan leiden. Voeg daarbij dat de krappe budgetten nauwelijks ruimte bieden voor begeleiding van medewerkers en de uitdaging is helder.

Groei en samenwerking als oplossing

Bij IBN geloven we in de kracht van onze medewerkers en onze bedrijfsvoering. Onze oplossing kan niet alleen liggen in verdere bezuinigingen en/ of efficiënter werken. Wel in nog meer groei en rendementsstijging. Met goed renderende dienstverlening kunnen we de kosten voor laagrenderende dienstverlening compenseren en de begeleiding van de zwakste groepen blijven financieren. De markt wil kwaliteit en flexibiliteit en betaalt zogezegd niet voor ‘zielig’. Onze organisatie werkt daarom nu al aan een verbetering van de commerciële slagkracht, nadrukkelijk met hart voor mensen. IBN is van mening dat een integrale benadering en sterke regionale samenwerking absoluut noodzakelijk zijn om een zo groot mogelijk deel van de doelgroep toe te leiden naar ondersteund werk. Samen met de gemeenten buiten geëigende paden denken is een must.

Ed de Leeuw, algemeen directeur IBN